«Het is gevaarlijk om met een keppeltje op straat rond te lopen»

«De laatste jaren is er een opgang van Jodenhaat op het internet», zegt Joël Rubinfeld, voorzitter van het Coördinatie Comité van Joodse Organisaties van België (CCOJB). Binnenkort houdt het CCOJB een «elektronische controlecel» boven de doopvont, die als waakhond moet dienen om cyberantisemitisme op te sporen.

Fysiek of verbaal geweld tegen Joden komt ook steeds vaker uit een nieuwe hoek: die van de Belgen met Oost-Europese roots. «In die landen leeft het antisemitisme veel feller», weet hoofdredacteur Michael Zevi Freilich van het maandblad Joods Actueel.

Volgens Eli Ringer van het Forum der Joodse Organisaties rust er geen taboe meer op antisemitisme. «Ondanks de excuses van Antwerps burgmeester Patrick Janssens (die bood in oktober namens het voltallige schepencollege zijn verontschuldigingen aan voor het optreden van het toenmalige bestuur en de politie tijdens de Tweede Wereldoorlog, MJ) doen sommigen nog altijd neerbuigend over de Jodenvervolging. Joden met pijpenkrullen of andere kentekens ontvangen nog heel dikwijls gratuite opmerkingen».

Er mag dan vanuit de politieke wereld meer aandacht zijn voor antisemitisme; de toekomst blijft koffiedik kijken. «We zijn niet bang, maar waakzaam», aldus Ringer.

Baseballpet

Het Brussels-Joodse atheneum Maïmonide in Anderlecht raadt zijn leerlingen sinds enkele jaren aan hun keppeltje onderweg naar school af te zetten, of het desnoods te bedekken met een baseballpet. Directrice Shulamith Pinson: «We suggereren onze studenten, vooral diegene met de tram komen, om voorzichtig te zijn en geen extra aandacht te trekken door hun keppeltje te dragen. Ja, ze volgen bijna allemaal ons advies».

De advies valt niet uit de lucht, maar werd ingevoerd na een drastische stijging van het aantal anti-Joodse incidenten in ons land. In 2001 waren dat er nog dertig, in 2004 al 46 en in 2006 liefst 66. «De meeste Brusselse Joden zijn dan wel minder praktizerend dan de Antwerpse Joden, maar de omgeving is hen nog niet zo gewend», verklaart Shulamith Pinson. «Bovendien zorgt de smeltkroes van culturen hier voor een explosieve cocktail».

«Maar het is heel jammer dat we de leerlingen daarom moeten adviseren hun keppeltje niet open en bloot te dragen. Er is een gebrek aan wederzijds respect tussen de verschillende culturen. Verscheidene politici zijn op de hoogte van onze precaire situatie, maar het blijft wachten op verbetering. Wij van onze kant zijn klaar voor een open dialoog», besluit de directrice.

In de dertigtal Joodse scholen in Antwerpen loopt het vooralsnog zo'n vaart niet. Nog elke dag worden Joodse kinderen op weg naar school «scheef bekeken, uitgejouwd of met eieren bekogeld», zegt Michael Zevi Freilich van Joods Actueel. «Vroeger kwamen die antisemitische reacties vaak uit moslimhoek, denk maar aan Beringen (ruim een jaar geleden vuurden enkele jongeren van Turkse origine een lading zware stenen af op een groepje chassidische joden dat in een jeugdherberg arriveerde, MJ). Dat soort antisemitisme is gelukkig gedaald».

Oostbloklanden

«Tegenwoordig», aldus Freilich, «waait het antisemitisme uit Oost-Europa via de migranten van daar over naar België. De jongens die vorige maand tot twee keer toe de ruiten van de Machsike Hadasssynagoge in Antwerpen aan diggelen sloegen, waren van Poolse afkomst. Ook al wonen er bijna geen Joden, toch blijkt uit enquêtes dat driekwart van de Oost-Europeanen vindt dat de Joodse gemeenschap te veel geld en te veel macht heeft».

De Jodenhaat wordt aangewakkerd door opruiende websites en internetfora die gratis toegankelijk zijn voor iedereen. Volgens CCOJB-voorzitter Joël Rubinfeld moet er dringend ingegrepen worden. «Men spuit antisemitische meningen in het rond alsof het niets is. We willen absoluut vermijden dat die haatragende taal gebanaliseerd wordt. Vandaar dat we eind deze maand, ten laatste begin februari, een controlecel in het leven roepen om daarover te waken».

Bedoeling is niet om een «kliklijn» of een elektronische privémilitie op touw te zetten, wel om een portaalsite in elkaar te boksen waar Joden terechtkunnen als ze gediscrimineerd worden. «Indien nodig trekken we naar het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding en in de ergste gevallen zullen we niet aarzelen om ons burgerlijke partij te stellen».

«Een eerste stap in de goede richting», noemt Freilich het op til zijnde initiatief van het CCOJB. «Maar het echte werk ligt bij de regering. De - in dit gevaal Vlaamse - overheid moet meer doen om jongeren te informeren over de Holocaust, zodat iedereen elkaars verleden en cultuur beter kent, begrijpt en respecteert. Waarom heeft 80 procent van de Vlaamse scholieren minstens één keer Planckendael bezocht en slechts 20 à 25 procent het Mechels Museum voor Deportatie en Verzet? Dat moet veranderen».

Of zoals Rubinfeld het uitdrukt: «Dat zijn geestelijke vader een donkere kant had, doet geen afbreuk aan Kuifje. Maar de leraars en leraressen mogen er op zijn minst bij vertellen dat Hergé een actieve collaborateur was. Oké, het huidige antisemitisme is meer gelieerd aan het Israëlisch-Palestijnse conflict dan aan de Tweede Wereldoorlog, maar het blijft even onaanvaardbaar om dat conflict aan te grijpen om hier in België haatdragende taal te spuien».


Article de Marjan Justaert paru dans De Morgen du 4 janvier 2008